‘Ik presteer dus ik mag bestaan’ Hoe help je cliënten die gekweld worden door prestatiedruk?

‘Ik presteer dus ik mag bestaan’
Hoe help je cliënten die gekweld worden door prestatiedruk?

Prestatiedruk is de laatste tijd een van de terugkerende thema’s in de gesprekken met cliënten in mijn coachpraktijk. Het lijkt een maatschappelijke tendens te laten zien, waar vooral jonge mensen nogal last van ondervinden. Wat is er aan de hand?

Mensen die onzeker zijn, zijn meer vatbaar voor prestatiedruk. Als adolescent is het gevoel soms “niets waard te zijn” een bekend gegeven. Iedere adolescent zal dit gevoel gaandeweg moeten leren overwinnen. Vandaag de dag is er de compensatie voor dit gevoel al gauw: ik moet iets presteren want dan is dat gevoel weg. Ik presteer dus ik ben oké! Het nare van deze denkwijze is dat het de zaadjes plant voor de overtuiging dat je alleen door iets te presteren kunt groeien als persoon. En dat is een smalle basis. Je bent als mens zoveel meer dan een prestatie. Om dat te ontdekken én te waarderen is er een andere mogelijkheid, namelijk te onderzoeken hoe je bent opgegroeid, welke overtuigingen van ouders en/of omgeving je hebben beïnvloed en wie jij zelf bent, met al je mogelijkheden, talenten en kracht. Als coach kun je cliënten tijdens deze zoektocht een steuntje in de rug bieden.

Hoe ontstaat prestatiedruk en wat zijn de gevolgen?

Sommige kinderen worden door hun omgeving (opvoeding, school, sportclub) niet bevestigd om wie ze zijn als persoon, maar worden vooral geprezen om hun prestaties. Deze kinderen kunnen gaan geloven dat presteren de enige weg is om iemand te worden. Het kan ook zijn dat het kind aan de hand van stereotype rolmodellen en voorbeelden zelf tot de conclusie komt dat je eigenwaarde verwerft door heel goed je best te doen, hard te werken en succesvol te zijn.
Deze conclusie is niet helemaal onjuist – natuurlijk kun je door goede prestaties zelfverzekerder worden – maar bij kinderen met een onstabiele basis, lijken de prestaties nooit te beklijven en moeten er steeds meer en grotere prestaties worden geleverd. De behoefte om te presteren krijgt dan een dwangmatig karakter, dat aanhoudt en soms zelfs verstrekt in hun volwassen leven. Mensen met prestatiedruk kwellen zichzelf vaak omdat ze niet weten wanneer ze moeten stoppen. Ze herkennen situaties niet waarin een zeven voldoende is en het ze onevenredig veel stress en extra werk oplevert als ze voor de negen gaan. Ze zijn zelfs op weg naar de tien die je bijna niet kunt halen zonder zelfopoffering. ‘Ik presteer, dus ik mag bestaan’, lijkt het motto, waardoor het bestaansrecht grotendeels wordt afgemeten aan de behaalde successen.

Daar komt bij dat je in de individualistische maatschappij overal zelf verantwoordelijk voor bent en dat drukt extra hard op deze prestatiegerichte mensen. Zij willen het liefst alles kunnen en hebben: huis, relatie, kinderen, leuk werk. Ze zadelen zichzelf hierdoor op met een enorme prestatiedruk en groot verantwoordelijkheidsgevoel en ervaren maximale stress omdat ze altijd wel ergens tekortschieten. Als je zelfrespect alleen haalt uit presteren, zal een negatief voorval bovendien een extra grote impact hebben. Zo beïnvloedt tegenslag direct het zelfbeeld, want dat is volledig gerelateerd aan het succes van de prestaties.

Kenmerkend gedrag

Mensen die zijn opgegroeid met een drang tot presteren, hebben de neiging om zichzelf steeds te vergelijken met leeftijdgenoten. Er ontstaat een cultuur waarin men elkaar opjaagt en er sprake is van een concurrentiestrijd. Het zal hen niet overkomen dat hun vrienden iets klaarspelen waar zij niet in slagen. Dit maakt dat ze nogal eens superieur en hooghartig overkomen. Ze willen niet achterblijven, want alles moet kunnen, het moet goed, en wel nu meteen. Want lukt het niet, dan voelen ze zich klein en nietig – een situatie waar ze op neerkijken. Mensen gericht op prestatie hebben het idee dat je iets zou moeten kunnen zonder er veel moeite voor te doen. Tegenslag betekent in de ogen van iemand met prestatiedruk: ‘Ik kan het niet, dus ik zal het nooit kunnen.’ Tegenslag wordt niet gezien als iets waarvan je kunt leren en juist daardoor verder kunt komen.

Voorbeelden uit mijn praktijk

Onderstaande praktijkvoorbeelden laten zien dat de drang om te presteren, om alles ‘goed’ te doen, een grote impact heeft op de keuzes in het leven.

Ronald, 34 jaar
Ronald is accountant bij internationaal bedrijf. ‘Ik vind mijn werk echt superleuk. Ik hou van verantwoordelijkheid en wil veel bereiken in het leven. Ik werk graag hard en heb veel cliënten in mijn portefeuille.’ Ondanks deze positieve woorden heeft Ronald sinds kort last van zweetaanvallen en is zijn relatie beëindigd. Ook vroeg zijn manager hem of hij misschien te veel werk had. Op mijn vraag hoe hij zijn loopbaan op langere termijn ziet, antwoordt hij: ‘Soms vraag ik me wel eens af wat de zin van het leven is.’

Josine, 32 jaar
Josine is hoogopgeleid, heeft een mooie nieuwe baan als manager en een half jaar geleden is haar tweede kindje geboren. Sinds die tijd is ze vier dagen per week gaan werken in plaats van drie. Vermoeid en met een hoge stem die wankel klinkt, vertelt Josine aan mijn tafel dat haar baan niet is wat ze ervan had verwacht en dat ze het gevoel heeft op haar tandvlees te lopen. Tegelijkertijd is ze geïrriteerd over hoe het mogelijk is dat al haar collega’s in deze levensfase het kennelijk wel allemaal zo goed doen en hoe het kan dat zij de enige is die niet alle ballen in de lucht kan houden. Als ik haar vraag wat ze nu het liefste zou willen is dat niet moeilijk: ‘Niets, thuis zijn. Maar dat kan niet, dan moeten we in een hut op de hei gaan wonen…’

De rol van de coach

In een loopbaancoachtraject gaat het om de bewustwording van de invloed van prestatiedruk op het leven. Een goede graadmeter hierin is het werk, maar ook de niet aflatende mails, appjes,
Facebook en Instagram berichten. Hoeveel tijd wordt er dagelijks besteed aan werk? Hoeveel mailtjes worden er per dag verstuurd? Dit soort concrete gegevens helpen om een eerste inzicht in het dwangmatige patroon te krijgen. De vraag wat het oplevert om zoveel te werken, staat in het coachtraject centraal. Door het stapsgewijs beantwoorden van deze vraag komen overtuigingen aan het licht die hebben geleid tot dit gedrag.
Zelf ondermijnend gedrag ontstaat in eerste instantie als nuttig gedrag; je doet dingen om in een behoefte te voorzien, meestal behoefte aan goedkeuring, affectie en aandacht. Als je eenmaal ziet waarom je bepaald gedrag hebt ontwikkeld, kun je de verantwoordelijkheid op je nemen om je gedrag wel of niet voort te zetten. Je kunt leren om beter voor jezelf te zorgen en jezelf te accepteren. Een coach kan in dit bewustwordingsproces een waardevolle bijdrage leveren.

Verdieping, praktische handvatten en oefeningen voor coaches

Krijg jij in je coachpraktijk ook steeds vaker te maken met cliënten die worstelen met prestatiedruk en zoek je naar verdieping, praktische handvatten en oefeningen voor deze problematiek? Dan is de masterclass loopbaancoaching iets voor jou. De eerstvolgende Masterclass staat gepland in mei 2018.

Annet Brinkhuis is opgeleid tot systeemtherapeut, loopbaancoach, trainer en is CMI-C Register Loopbaanprofessional. Haar specialisaties zijn biografische methodieken, groepsdynamica, Jungiaanse psychologie en de vragen van Millennials.