‘Ik doe het toch maar niet’ – Hoe help je cliënten om zich niet te laten leiden door hun angsten?

‘Ik doe het toch maar niet’ – Hoe help je cliënten om zich niet te laten leiden door hun angsten?

In deze blog wil ik het hebben over de angstgevoelens die de kop op steken als mensen een nieuwe richting willen geven aan hun loopbaan. Dit is niet iets waar alleen zg angsthazen en bangebroeken last van hebben. Eigenlijk speelt angst altijd een rol bij mensen die een verandering doormaken. In principe zijn angstgevoelens heel normaal en ook bruikbaar in het dagelijks leven. Angst heeft een signaalfunctie. Het is een waarschuwing of begrenzer om daarmee de soms hectische dagelijkse gebeurtenissen aan te kunnen. Maar angst kan, als je er niet goed mee omgaat, een ondermijnende rol spelen bij loopbaankeuzes.

Angst die de weg naar groei blokkeert
De meeste angst draait niet om wat er nu gebeurt, maar wat er misschien gaat gebeuren. Vaak is angst een projectie van iets wat in het verleden is gebeurd en door een vergrootglas op de toekomst wordt geprojecteerd. Wanneer je dus in angst zit, zit je niet in de realiteit. Bijna alle loopbaancliënten worstelen in meer of mindere mate met angstgevoelens; angst voor verlies van de baan, angst voor de toekomst, angst voor afkeuring, angst voor prestigeverlies, angst voor jaloezie van de omgeving of onzekerheid. Het feit dat we tegenwoordig veel meer keuzemogelijkheden hebben dan vroeger draagt ook bij aan stress. Vroeger werden keuzes meer vermeden. Nu lonken de kansen op groei en uitdaging vaker en daarbij komen we angst tegen, want ‘kiezen’ speelt zich af tussen de polariteiten angst en verlangen. Mensen willen wel veranderen, willen wel groeien, maar de verantwoording dragen voor de eventuele negatieve aspecten van de keuze durft men vaak niet aan.

Angsten niet negeren maar aankijken
Het eerste wat je cliënt te doen staat is uit te spreken wat hij voelt in plaats van de angst te ontkennen. Het uitspreken haalt hem direct terug in het moment en zal bijdragen aan het verminderen van de angst. Het moeilijke van de emotie angst is echter dat mensen er juist liever niet over praten. Praten over je angsten maakt je immers kwetsbaar. Dit is helemaal lastig voor jonge mensen. Communicatie via sociale media houdt de schijn op dat het met iedereen fantastisch gaat. In plaats van elkaars angsten en onzekerheden te delen zijn mensen concurrenten van elkaar geworden. Dit maakt de drempel om je angsten te delen met anderen hoger. Als coach kun je hierin een belangrijke rol spelen door een veilige omgeving te creëren.

“Onze angsten zijn als draken die onze grootste schatten bewaken.”
– Rainer Maria Rilke

Angst benutten om verlangens en kwaliteiten op het spoor te komen
Angst is echter niet alleen maar lastig. Binnen het loopbaantraject is het interessant om te proberen om deze angst juist te benutten. Angst is namelijk de bewaker van je grootste schatten. Het is een richtingaanwijzer naar wat iemand juist graag zou willen, maar nog niet durft. Iedere onaangename stemming verhult een verborgen kwaliteit en draagt in zichzelf een schat. Je kunt angst zien als een aanmoediging om die schat te ontdekken. Zoals woede een uitnodiging is om je innerlijke kracht te ontwikkelen, is angst een uitnodiging om het avontuur aan te gaan. Het enige wat daarbij helpt is uit je comfortzone stappen en het vertrouwen in jezelf leren vergroten.

Kenmerkend gedrag
In het loopbaantraject zijn diverse vormen van angst herkenbaar. Zo kan hard werken onbewust gedreven worden door een existentiële angst: de angst om er niet te mogen zijn of het niet goed genoeg te doen. Want, denken deze mensen, hoe betrokken, aardig, lief of snel ik ook ben, je kunt ieder moment uit de gratie raken.
Ook faalangst is een vorm van angst die vaak terugkomt in het loopbaantraject. Deze angst is veelal gebaseerd op een irrationeel wereldbeeld: men denkt dat de prestatie centraal staat en dat andere mensen het meteen zien als je iets niet goed doet. Mensen die hier last van hebben, hebben ook last van de aanname dat ze vroeg of laat door de mand zullen vallen. Daarom willen ze controle behouden over hun omgeving, door bijvoorbeeld altijd alles zelf te doen en niets uit handen te geven. Daarmee wordt de angst als het ware bezworen. Opvallend gedrag in dit soort situaties is het werken onder je niveau, alleen dat afmaken waar je honderd procent zeker mee kunt scoren en nieuwe taken vermijden of uitstellen.

Voorbeeld uit mijn praktijk
Hans is 27 jaar, heeft hbo facilitair management gestudeerd. Gedurende zijn studie heeft hij zich afgevraagd of deze studie een goede keuze was. Eigenlijk is hij erg creatief, maar destijds heeft hij geen studie gekozen die daarop aansluit. Zijn ouders waren van mening dat je wel heel erg goed moet zijn om iets te bereiken in een creatieve sector.
Hij is nu een jaar facilitair manager bij een groot bedrijf. Hij krijgt geen energie van zijn werk en ontdekt steeds dringender dat hij dit niet wil blijven doen. Tijdens het loopbaantraject wordt bevestigd dat hij veel motivatie en talent heeft voor creatieve beroepen. Hij overweegt een deeltijd opleiding te doen in design en vormgeving. Hij is steeds meer gemotiveerd en zijn stemming verbeterd. Toch overweegt hij midden in het traject alles terug te draaien. Hij is bang om de switch te maken, zijn ouders reageren negatief op zijn plannen.

‘Waar ben je bang voor’ vraag ik hem.
‘Dat het niet klopt wat ik voel en spijt krijg van mijn nieuwe keuze.’
Ik vraag hem om thuis zijn 10 belangrijkste angsten op te schrijven.

Na het bespreken van deze lijst, komt naar voren dat de enige realistische angst een angst betreft die te maken heeft met de goedkeuring van zijn vader voor zijn nieuwe keuze. We oefenen een gesprek via een rollenspel en uiteindelijk lukt het Hans om zijn vader te overtuigen.

Inmiddels is hij afgestudeerd en heeft een baan als designer

Oefening voor je cliënt

Gesprek: angsten relativeren

  1. Vraag je cliënt om tien angsten op te noemen die hij herkent, als hij denkt aan het concretiseren van zijn ideale loopbaanperspectief. Wat is het ergste dat er kan gebeuren
  2. bespreek de lijst samen en laat je cliënt zelf bepalen welke angst realistisch is en welke eigenlijk niet. Het kan inzicht geven als je de angsten volledig omkeert. Hiermee kom je al snel op je verlangens uit.
  3. De vervolgvraag is: Hoeveel angst kun je verdragen om toch dat verlangen aan te gaan. Wat kun je wel verdragen en wat niet?
  4. De angst die nu overblijft, is de realistische angst. Maak samen met je cliënt verschillende afwegingen om te bepalen hoe hij hiermee om kan gaan, of wat hij kan doen om de angst te reduceren. Juist het bespreken van deze scenario’s helpt de cliënt zijn angsten te bezweren.

Annet Brinkhuis is opgeleid tot systeemtherapeut, loopbaancoach, trainer en is CMI-C Register Loopbaanprofessional. Haar specialisaties zijn biografische methodieken, groepsdynamica, Jungiaanse psychologie en de vragen van Millennials.