Gepubliceerd op: 9 december 2020

Onlangs was in het nieuws dat de CITO toets niet meer als richtinggevend advies voor vervolgonderwijs voor het kind wordt gezien. De leerkrachten van de basisschool krijgen een grotere stem in het advies. Dit gegeven blijkt te leiden tot een enorme extra druk op de leerkracht, omdat hierdoor een toenemend aantal ouders de weg vrij lijken te zien om hun eigen wensen door te drukken. Dat geeft veel geharrewar en het gaat zelfs zover dat ouders de school voor de rechter slepen als de leerkracht niet het gewenste advies uitbrengt. Het deed me denken aan het fenomeen dat ik in mijn boek De eekhoorn die in de boom klimt beschrijf over gedresseerde kinderen. Ouders met eigen onbevredigde verlangens dresseren hun kind om het tot iemand te vormen die het eigenlijk niet wil en kan zijn.

Het patroon

Bij gedresseerde kinderen is het levenspad grotendeels door de ouders uitgestippeld en geregisseerd. Carolien Roodvoets beschrijft in haar indringende boek Niemandskinderen (2009) dat deze kinderen worden ‘gedresseerd’ om iemand te worden die voldoet aan de idealen van de ouders. Deze zien in hun kind de mogelijkheid om alsnog datgene te verwezenlijken wat ze zelf niet voor elkaar hebben gekregen. Onvervulde wensen en idealen van de ouders worden op het kind geprojecteerd. Het kind zit hierdoor vaak met een onuitgesproken opdracht opgescheept. Ruimte om te onderzoeken wat hij of zij zelf wil, wordt nauwelijks geboden. Eigenschappen en kwaliteiten die de ouders niet bevallen, worden structureel ontmoedigd en genegeerd, terwijl gedrag dat de ouders wenselijk vinden, wordt voorgeschreven en bevestigd.
In deze gezinnen heerst vaak een strakke moraal. Nauwkeurig is beschreven wat wel en niet mag en wat wel en niet hoort. Veel boodschappen bestaan uit hoe je zou moeten zijn, hoe je je zou moeten gedragen en hoe je eruit zou moeten zien. Deze ouders kiezen zelf de schoolopleiding en studie voor hun kind en zijn vaak bepalend in de beroepskeuze. Het komt vaak voor dat de ouders ook een grote invloed hebben op de partnerkeuze. Veel volwassen ‘gedresseerde kinderen’ trouwen niet met de man of vrouw van hun eigen dromen, maar met iemand die past binnen het droombeeld van hun ouders.

If you don’t build your dreams, someone will hire you to build theirs. – Dhirubhai Ambani

De gevolgen

Door het dresseer-gedrag van de ouders kan het kind het gevoel ontwikkelen chronisch afgewezen te worden, wat kan ontaarden in de angst niet goed genoeg te zijn. Zo kan er ook een extreem streven naar perfectie ontstaan. Het kind ontwikkelt hierdoor een stevig raamwerk van overtuigingen en oordelen over zichzelf, afkomstig van de ouders, waardoor het steeds verder van zijn oorspronkelijke zelf verwijderd raakt. Het kind moet iemand worden die het van nature niet is. De ouders gaan voorbij aan het feit dat een kind in potentie al veel in zich heeft. Ze vertrouwen niet op de eigen creativiteit, nieuwsgierigheid, intelligentie en ontwikkelingsmogelijkheden van hun kind. Daarmee wordt het kind gekleineerd en de eigen potentie tot ontwikkeling ontkend. Als een kind niet zichzelf, maar alleen een verlengstuk van zijn ouders moet worden, leert het niet zijn eigen leven vorm te geven. Het kind dient dan eigenlijk ter opbouw en instandhouding van de eigenwaarde van de ouders.
Zo blijft het kind afhankelijk en onzelfstandig en komt er op latere leeftijd achter dat hij niet een eigen leven heeft geleid, maar dat van zijn ouders.

Kenmerkend gedrag

‘Gedresseerde kinderen’ hebben goed geleerd zich zo op te stellen dat ze voldoen aan de verwachtingen van anderen, zodat men ze aardig vindt. Hierdoor vinden ze het vaak moeilijk om voor zichzelf op te komen, een andere mening te hebben of conflicten aan te gaan. Ze kunnen amper verwoorden wat ze eigenlijk zelf willen, omdat het vermogen hiertoe niet goed ontwikkeld is. De uitingsvormen hiervan zijn duidelijk zichtbaar: moeilijk nee kunnen zeggen, moeilijke gesprekken uitstellen, veel excuses maken, iedereen te vriend willen houden, zichzelf wegcijferen, overwerken, zichzelf uitgebreid verklaren om te vermijden dat een ander een verkeerde conclusie trekt, en geen eerlijke mening geven. Zo brengen ze ook binnen een team of een vergadering vaak geen inhoudelijke bijdrage en komen ze slecht uit de verf. Hun basisangst is verlatingsangst. Als klein kind zijn deze mensen inderdaad ‘verlaten’, door het gebrek aan werkelijke steun van hun ouders.

Voorbeeld uit mijn praktijk

Evelien, 18 jaar
Een leuke meid in 6-VWO. Haar moeder is verpleegkundige, haar vader fysiotherapeut. Hip gekleed, maar met een timide uitdrukking zit ze voor me. ‘Welke studiekeuze moet het worden?’ is de vraag.
Ze weet het absoluut niet. Haar ouders vinden haar kwaliteiten goed passen bij een toekomst in de geneeskunde. Haar interesse ligt hier niet zo, vertelt ze. Dit blijkt ook uit de interessetest en de verschillende opdrachten die ze heeft gemaakt. Hier komt juist uit naar voren dat ze zeer creatief is. Ze heeft een prominente rol in het regisseren van het schooltheater en als kind speelde ze het liefst toneel en trad ze op tussen de schuifdeuren voor de familie. Als ze hierover vertelt, zit er ineens een stralende energieke meid. Haar passie is theater en regie, zo luidt onze conclusie. Haar studiekeuze zal in die richting vorm moeten krijgen. Zo eenvoudig blijkt dit echter niet.
‘Ik kan hier echt niet mee aankomen thuis. Dit past echt niet in hun wereldbeeld.’
‘En als je het uitlegt? Je kunt toch proberen het ze te laten begrijpen?’
‘Dan ken jij mijn ouders niet….’ Het timide gezicht verschijnt weer. Bij het terugkoppelingsgesprek met de ouders blijkt dat de ouders inderdaad niet blij zijn met de uitkomst. Ze heeft toch niet voor niets 6-VWO gedaan met wis- en natuurkunde?

De rol van de coach

Dat ouders het beste voor hun kind willen is heel normaal. Maar in gevallen waarin de keuze van ouders en kind ver uit elkaar liggen zouden ouders zich moeten afvragen: is mijn voorkeur inderdaad het beste voor mijn kind, of voor mijzelf? Het zou helpen als de bezorgde ouders wat meer steun zoeken bij het verhelderen van hun eigen vragen of problematiek in plaats van dit te projecteren op hun kinderen. Dit betekent verantwoordelijkheid nemen voor de eigen pijn in plaats van die uit te vechten op een basisschool en in het ergste geval zelfs de rechter daarin betrekken.

Als coach kun je hierin een belangrijke rol spelen door deze, vaak onbewuste, patronen te helpen ontdekken en benoemen. Wil je je hier meer in verdiepen en ben je op zoek naar praktische tips en handvatten om goed met deze problematiek om te kunnen gaan? Dan is de Masterclass Loopbaancoaching iets voor jou. De eerstvolgende masterclass is gepland in mei 2018.